|
|
Beeld-ding herkauwt het post-modernisme
Peter Roose in unknown, Friday 24th May 1996, Netherlands. | |
|
„Brugge moet ook in de 21ste eeuw de paradox waarmaken", pleit Katrien Norro en haar project „Beeld-ding 96" vormt daar alvast een boeiende aanzet toe. De eerste editie van dit hedendaags kunstgebeuren vormt een zoveelste poging om een confrontatie uit te lokken tussen actuele kunst en de historische context van Brugge. Daarvoor nodigde Katrien Norro twaalf galeries en één Nederlands museum uit. Hoewel „Beeld-ding" zich tot doel stelt de jonge en bruisende kunst een platform te geven, spelen de meeste galeries toch vooral op „safe", met gevestigde waarden zoals Fabre, Panamarenko, Warhol, Marcel Broodthaers of Tony Cragg. Galeries blijven commercièle ondernemingen en kunstbeurzen bieden meestal zo'n consoliderend aanbod dat er altijd wel een zweem van de kunstbazaar over manifestaties als „Beeld-ding" zal blijven zweven. Vooral post-modernisten zullen hier hun ogen ruim de kost kunnen geven. „Beeld-ding" voert de hedendaagse kunst hoog in het vaandel, maar toch speelt ook hier de typisch „Brugse" brave reflex mee. Je treft er weinig echt subversieve uitingen terug, controversiële realisaties, grimmige exploten of uitzinnige avant-garde. De collectie vormt veeleer een bevattelijke kronick van veertig jaar recente kunstgeschiedenis, mer een zelfvoldaan accent op het postmodernisme. Avant-garde heeft blijkbaar afgedaan, en dit maakt de overdaad aan wanddecoratie meteen een stuk minder verruimend. De kunst staat op een kentering, maar misschien moeten de kunstenaars, de managers en de galeries nu maar eens overstappen naar een „post-avantisme" Na de minder geslaagde stuiptrekkingen van Sant of BICAS, vormt „Beeld-ding" een artistieke verademing, waarbij voor één keer ook effectief werk wordt gemaakt van een avontuurlijke opstelling met een gestructureerd doolhof van stands en een combinatie van onregelmatige wanden. De algemene opbouw moedigt de bezoeker aan tot een intense exploratie, die tot guitige, indringende, verrassende en enkele zeldzame beklijvende ontdekkingen leidt. Speels parcours S & H De Buck verrast meteen met de beschilderde elpee-collectie van Alan Smith en zilveren juweelobjecten van Siegfried De Buck zelf. Artiscope spot met de bazaar-mentaliteit, hangt de collectie op als in een postermap, maar wie zoekt die vindt boeiende stekjes-composities van Mauro Benetti en kunstige graffiti van Crash. Deweer houdt het bij vaste waarden met blauwe bic-installaties van Fabre tot monumentale buisvingers en sierlijke tijger-sculpturen van Tony Cragg. Bij Denise Van de Velde eisen vooral, o schroefstudies van Riera I Arago en de witte meren van Jean-Marie Biwer een centrale plaats op. William Wauters presenteert tintelende stadsimpressies van Theo Kuijpers, naast intense arceringen van Servi van Grinsven, zelfs op cen bierviltje, Gallery Cotthem beperkt zich tot de ondeugende bekraste „Love" -wenskaarten van David Spiller, terwijl bij Annick Ketele vooral de braille-bladen van Kaat van Doren, de vroege Magritte-impressies van Jörgen Voordeckers en de speelse figuratieve sculpturen van Sven 't Jolle in het oog springen. Annette De Keyser pakt uit met een electrische stoel van Danny Devos op een Volkswagenmotorkap, met de ogen van de beulen verborgen achter een zijwand. Moving Space kleefde een reeks zwevende objecten van Jacques 't Kindt tegen de wand, naast sterk lineair-geometrische volumes van Bernard Coulon. Galerie Ephémère kiest voor de marine poezie van Marcel Vintevogel en de stralende kleurdoeken van Joseph Chatelain. Paradox stelt enkele Brugse kunstenaars in de kijker met de fotografische tulp-composities van Jean Godecharle en de sombere mistbeelden van Sylvie Crutelle, die zo de donkere sfeer van Sylvia Plath of Edgar Allan Poe uitwasemen. Galerie Jamar schuift resoluut de vaste waarden naar voor met de Vliegende sigaar van Panamarenko, de Campbell's Soup van Warhol en de paarden van Jef Geys. Daarbij vindt de galerijhouder een bondgenoot in het Museum Van Bommel-Van Dam uit Venlo, dat „graag uitpakt" met vroeg werk van toonaangevende Nederlanders zoals Bram Bogart, Armando, Corneille en Lucebert. Bronzen koeien Cultuurschepen Yves Roose maakte van de gelegenheid gebruik om nog eens zwaar uit te halen naar bepaalde critici die het kunstgebeuren in Brugge voortdurend met smalende commentaren bestoken. Brugge bezit veel talent, zin voor initiatief en goede wil. De confrontatie tussen hedendaagse kunst en dit historisch monument vormt een uitdaging die een kans moet krijgen. Bovendien bewijst Beeld-ding tot welk bevruchtend resultaat de samenwerking kan leiden tussen de galeries, een museum en de stad. Dit is al veel waardevoller dan de frustraties van critici die voortdurend oude bronzen koeien uit de gracht blijven halen", sneerde Roose nog. „Beeld-ding" nog tot 27 mei in de Stadshallen aan de Markt in Brugge van 14 tot 20 uur. Gratis toegang; catalogus: 200 fr.
| ||
|
Related group exhibitions: BeeldDing | ||