Chelsey


Christine Vuegen in Deze Week in Brussel, Wednesday 25th March 1992, Belgium.


Het hoofdpersonage, Chelsey, is een jonge vrouw die bij voorkeur vertoeft in het Parijse kunstmilieu van de jaren zestig. Ze rebelleert tegen haar burgerlijke en mondaine ouders met veel geld en relaties. Ze revolteert, droomt, zoekt, experimenteert... Ze geeft zich over aan de tegencultuur van de jaren zestig. Via haar komt de lezer in contact met kunstenaars en kunstwerken it die periode. Het verschijnen van het tweede Chelsey-album was voor de Antwerpse striptekenaar Eric Joris de aanleiding om een hoogst originele tentoonstelling op touw te zetten.

Er werd niet geopteerd voor een droge accrochage van de originele tekening. Er zijn wel enkele tekeningen gepresenteerd, maar de protagonist van de tentoonstelling is de kunst zelf. Ook in het boek fungeert de kunst niet zomaar als decor of een reeks intellectuele knipoogjes voor de onderlegde lezer. In de twee Chelsey albums. „Dierlijk Dodelijk' en „Stil... levend" met een scenario van de Brusselaar Jean Dufaux en uitgegeven bij Editions Glênat. maakt de kunst wezenliik deel uit van het verhaal. Ze gaat zeif meespelen. De beeiden slaan tilt en komen in opstand tegen hun makers. Ze gaan zelf deelnemen aan de revolte van de jaren zestig. Dit culmineert in een reeks bloederige moorden, waarvoor twee politieinspecteurs wanhopig een oplossing trachten te zoeken. De kunstenaar Gubbio wordt gewurgd door zijn eigen constructie met gloeilampen, de Guely wordt opgetakeld en hangend aan kabels aangetroffen als een Icarus of een gekruisigde, Marc Antoine wordt platgedrukt door een reusachtige duim in een dito asbak. Als een peuk. De kunstwerken gaan een eigen, mysterieus leven leiden. Zelfs de oude kunst, een voorstelling van Lucretia naar een bestaand. maar onbekend schilderij van de Engeise schilder Benson. Dit schilderij is voor de politie een voorbeeld van „de mooie doeken van vroeger" met al die realistische details. Het wordt aan het slot van het tweede album wel zeer realistisch als Lucretia de dolk effectief door haar hart drijft en het uitschreeuwt. De spanning in het verhaal zwakt nooit af. Het mysterie van deze duivelse kunstwerken blijft onopgelost. De albums vragen echter ook om een tweede lectuur. Ze zijn een ode aan de jaren zestig en de kunst uit die periode, vooral gedomineerd door het Nieuw-Realisme en de Pop-Art. Bekende kunstenaars worden onder andere namen ten tonele gevoerd. Bestaande kunstwerken worden opgenomen, zelfs uit de hedendaagse kunst.

De tentoonstelling werd opgevat als een evenement. Eric Joris nodigde een aantal kunstenaars van uiteenlopende artistieke disciplines uit om een werk te maken dat geinspireerd is op de twee albums. Geen illustratie daarvan. maar een autonoom kunstwerk. Aan de ingang van de tentoonstelling ligt onderaan de trap een reusachtige vliegespuit van de architect Koen Baete. Dit verwiist naar het werk van Arman, een opeenstapeling van vliegespuiten, dat de vader van Chelsey voor de veriaardag van de moeder koopt. Maar de spuiten van „Dood ze allemaal: God zal er de zijne wel uitpikken" breken uit en verspreiden hun giftig gas. Kunst is niet ongevaarlijk. De mechanische koekoek die de ogen van een jonge vrouw uitpikte, wordt bij Ludo Vastesaeger een vervaarlijke vogel. De opening ging gepaard met een aantal performances. Daarvan getuigen nog de sterk ruikende geurschilderijen van Guy Bleus. Danny Devos hing zichzelf op in de houding waarin de Geuly dood werd aangetroffen. Het tuigage dat hij daarvoor gebruikte werd opgeborgen in de doodskist van de kunstenaar, die de vorm aanneemt diens houding. De Geuly staat duidelijk voor Yves Klein. een belangrijk vertegenwoordiger van het Nieuw-Realisme. In het boek houdt hii een séance waarbii hij naakte vrouwen met blauwe verf overgiet en als penseel gebruikt. Verschillende kunstenaars hebben zich geinspireerd op het lege zwembad waar hij zijn ateliers heeft en de ceremonie met de naakte vrouwen. Daarbij werd ook een muziekstuk opgevoerd. Yves Knockaert componeerde nu een muziekstuk voor die seance, uitgevoerd door de pianiste Astrid Goldstein. Zoals de cirkel van blauwe voetsporen zin de luidsprekers in een cirkel opgesteld. De luisteraar bevindt zich midden in de muziek. De titel van dit werk. „Apres la lecture de..." werd meteen de titel voor dit deel van de tentoonstelling. Naast deze nieuwe werken werden hier ook enkele werken opgesteld die in het boek voorkomen.

Voor het andere deel werd aan een zestigtal kunstenaars gevraagd een werk te maken dat ofwel geïnspireerd is op het boek, ofwel een synthese vormt van hun elgen werk. Hier duiken namen op als Fred Bervoets. Marcel Mariën. Mark Verstockt, Filip Tas. Jacques Lizène. Paul Van Hoeydonck. Narcisse Tordoir. Guillaume Bijl, Marcel Van Maele... Zowel architecten, fotografen. auteurs. dichters. cineasten als plastische kunstenaars namen deel. Ze kregen wel een uitzonderliike ruimte toebedeeld. Aan stellingen zijn kleine kubusvormige doosjes bevestigd met een kijkgat. De bezoeker moet als een voyeur met éen oog door de lens kijken. Dan ontvouwt zich het universum van de kunstenaar. De kubieke kabinetten geven een compact overzicht van de Belgische kunst vanaf de jaren zestig tot vandaag. Ook de catalogus is ingeblikt. Om hem in te kijken moet er een blikopener aan te pas komen.

Tot 12 april in het Belgisch Centrum van het Beeldverhaal. Zandstraat 20. 1000 Brussel.

Christine Vuegen





Related group exhibitions: Chelsy: De Kubieke Kabinetten
3080