|
|
Masochistische Pelgrimage in een Watertoren
Ida Jager in De Volkskrant, Tuesday 10th July 1990, Netherlands. | |
|
Grensgebieden. Danny Devos en Annemie van Kerckhoven. Watertoren Oost-Souburg/Vlissingen, tot 26 augustus. Onder het thema vallen tevens exposities van Philippe Tonnard (Belgie), 4 augustus tot 1 oktober in dépendance Walstraat 58/60, Vlissingen en Eric Brandts (Nederland), 1 september tot 8 oktober in de Watertoren. Watertorens staan over het algemeen niet geboekstaafd als perfecte werklokaties voor methodisch opererende moordenaars. De nadelen zijn snel opgesomd. Te afgelegen, te ontoegankelijk en te verdachtmakend. Hoe lok je het nietsvermoedende slachtoffer mee naar zon gebouw zonder dat het mikpunt onderweg argwaan krijgt? Maar zoals de criminologiegeschiedenis meermalen heeft uitgewezen kan een gepassioneerde moordenaar niet alleen uiterst inventief maar tevens zeer beminnelijk zijn en zijn slachtoffer toch zover krijgen. Dergellike gedachtengangen moeten de Belgische kunstenaar Danny Devos (1959) hebben beziggehouden toen hij zijn „murder sculptures" onder de titel Grensgebieden ging opstellen in de watertoren Oost-Souburg/Vlissingen. Hoewel de organisatoren het begrip grensgebieden - het centrale thema van de derde serie zomerexposities in de Souburgse watertoren - vooral in verband brengen met de komst van een Belgische kunstenaarsdelegatie naar Nederland, is de aanduiding ook in het geval van Devos' messcherpe installaties het juiste woord op de juiste plaats. Devos' onderzoeksterrein spitst zich toe op de grensgebieden in de menselijke geest. Om precies te zijn op die onverklaarbare momenten waarin beminnelijkheid kan omslaan in strategische moordlust. Van iemand die zoals Devos de opvatting huldigt dat men seriemoordenaars niet kan volgen zonder een studie te maken van hun materiële en mentale wapentuig (Devos onderhoudt een correspondentie met de gevangen zittende verkrachter van de Antwerpse linker oever) zou men eigenlijk een piëteitvolle benadering verwachten. Toch vermijdt de kunstenaar te enen male in de huid te kruipen van de crimipsycholoog, zoals hij zich ook verre houdt van elke vorm van morele verontwaardiging. Met de trefzekerheid van een nauwgezette archivaris registreert hij de handelingen van bestiaal te werk gaande excessievelingen en laat daarbij namen van slachtoffers en lokaties niet onvermeld. De tot nu toe verzamelde morbiditeiten zijn chronologisch tot op de dag nauwkeurig gebundeld in archiefmappen, waarvan Devos als betreft het alledaagse consumptieartikelen gecomprimeerde kalenders voor de verkoop heeft gemaakt (de kalender 90 killers for the 90s is voor 17,50 gulden te koop). In volgorde van het hoogste aantal slachtoffers volgen de bijnamen van de likzuchtigen elkaar op: the Yorkshire Ripper, the Hillside Stranglers, the Devil's Moor Murderer, the Werewolf of Amiens, met honderden andere bloeddorstige namen samengebracht onder de gortdroge titel Birth (+) Fact (x) Death (-) (Work in progress since 1985). Devos lijdt kennelijk aan een obsessie, die hij ogenschijnlijk even goed in de hand heeft als seriemoordenaars hun slachtoffers. Maar na de encyclopedische opsomming hangt de kunstenaar zijn objectiviteit aan de wilgen. Hij gaat „zijn" moordenaars interpreteren. Landru bijvoorbeeld, een eenzaam gesoigneerd heertje dat in 1917 elf vrouwen in een kachel smoorde, wordt verzinnebeeld door roestige, op een sokkel geplaatste, kacheldelen. Kolen hebben plaatsgemaakt voor een luidspreker: een rustige mannenstem richt het woord tot een vrouw, terwijl op de achtergrond snerpend gekrijs klinkt. The Beast of Jersey, een houten doos waaruit draaiende en lokkende kippepoten steken, maakt ondanks de abstrahering maar al te zeer de scabreuze praktken van een kinderlokker duidelijk. Devos' masochistische pelgrimage — naarmate men de top van de watertoren nadert. krijgt de minutieuze exploratie van extremiteiten deze bijsmaak — eindigt onder het dak in een bedrijvig slachthuis, waar motorisch bestuurde slagersmessen op het ritme van Helter Skelter van The Beatles elke vorm van afschuw en walging in de kiem smoren. Het kabinet van Caligari, of voor wie wil het laboratorium van Jekyll en Hyde, is hier hoog boven het Zeeuwse platteland tot hilarische proporties teruggebracht. De meest bizarre bijkomstigheid is wellicht dat de seriemoordenaar (in dit geval de rituele slachter Charles Manson) wordt verontschuldigd door niemand minder dan de exploiterende kunstenaar Danny Devos. De horrorshow is over en als er al een moraal zou zijn dan klinkt die als volgt: ze konden er niets aan doen, ze waren immers door de duivel bezeten. In elk geval huldigt Devos met dit arrangement op openhartige wijze zijn stelling dat seriemoordenaars en kunstenaars elkaar de hand kunnen schudden. Beiden zouden over dezelfde psychopatische karakters beschikken, die telkens opnieuw moeten toegeven aan extreme krachten om 20 tot het ultieme moment te geraken. Wie in deze val van muizenissen trapt, zal waarschijnlijk ook de portrettengalerij rondom de walsende slachtmachine aan Devos toeschrijven. De uit snelle expressionistische penseelstrepen opgebouwde gezichten horen niet bii Devos' moordenaarslijsten, maar bestaat uit vrienden en kennissen die zijn levensgezellin, de kunstenares Annemie van Kerckhoven (1951), heeft vereeuwigd. Hoewel het bij Grensgebieden om een tweemansexpositie gaat, waarin aan beide kunstenaars een evenwaardige plaats is toebedeeld, blijft het werk van Van Kerckhoven verscholen in zichzelf. Het heeft niets te maken met het feit dat zij zich in het geheel niet beroept op thrilleriaanse effecten of omdat haar handelsmerk minder in het oog loopt. Gebruikmakend van een agressiet, fluorescerend kleurengamma laat zij met een zekere hardhandigheid steeds terugkerende thema's als genot, extase, vernietigingsdrift, starre waardenstelsels over kolossale doeken tuimelen. Wat zich openbaart is niet veel meer dan een sjabloneske wereld waarin een vrouw haar overongelijkt zijn over van alles en nog wat aan de beschouwer wil opdringen. Waar Devos zich in zwijgen ult en zijn publiek vrijlaat zich te chikken in of te ergeren aan de dooi hem opgediende „verheerlijking" van misdaad, steekt Van Kerckhoven oververhit een belerende vinger in de lucht. Via semi-wetenschappelijke cijferformules en zwaartillende existentiële vraagstukken laat zij ons weten dat de mens als hij niet uitkijkt verstrikt zal raken in een dolgedraaide kolk van politieke en economische mechanismen. Kunst als visuele profetie misschien? Als we haar ghost-writer Wim Van Mulders moeten geloven gaat het hier om een dynamische symbolenwereld die moet leiden tot een beter, verdraagzamer leven. Natuurlijk is zo'n hoodvol. le aanbeveling aardig. Maar Van Kerckhovens uit plexiglas-platen geconstrueerde Immoralita met mannelijke en vrouwelijke geslachtsdelen wint hierdoor niet aan betekenis, in die zin dat het een wereldverbeterende meerwaarde krijgt. Het is en blijft een erotisch kaartspel waarvan de flamboyante kleurencombinaties zich tegen de grauwe achtergrond van de buizenkelder, waar het werk ligt opgesteld, verhouden als bol. bliksems tot de duisternis. Even snel als ze zijn gekomen, verdwijnen ze weer uit het gebied van de zintuiglijke waarneming. IDA JAGER
| ||
|
Related solo exhibitions: Grensgebieden | ||