|
|
Revolte in Sint-Amands: Verhaerenmuseum maakt met protestkunst een vuist tegen onzekere toekomst
Geert Van Der Speeten in De Standaard, Sunday 29th March 2026, Belgium. | |
Het Emile Verhaerenmuseum duikt in de geschiedenis van artistiek en poëtisch protest, met centraal de sculptuur van een man die een foertgebaar maakt. Zo groeit ‘Révolte’ uit tot een symbolische zet van het museum tegen de geplande subsidieschrapping.Geert Van der Speeten De subsidies van de Vlaamse gemeenschap voor het Emile Verhaerenmuseum, dat zich buigt over de nalatenschap van de Franstalige dichter en kunstpromotor, zijn voor dit jaar gehalveerd. Vanaf 2027 worden ze zelfs geschrapt. Directeur Rik Hemmerijckx bleef niet bij de pakken zitten: hij zette prompt een succesvolle steunactie op poten, waarmee de voorjaarstentoonstelling gefinancierd wordt. Révolte zet in op protest en opgeworpen barricades, zoals je die ook in twee gedichten van Verhaeren terugvindt. In zijn tijd vond de sociale arbeidersbeweging weerklank in heel Europa. Ook in de beeldende kunst bij ons: Eugène Laermans laat in Stakingsavond betogers achter een rode vlag optrekken, Frank Brangwyn maakte bij Verhaerens gedicht een litho van een ontketende volksmassa. Van James Ensor is een ets te zien van de neergeslagen vissersopstand in Oostende.
James Ensor, ‘De gendarmen’ © Mu.ZEE De protest-beeldtaal bulkte op het keerpunt van de 19de en 20ste eeuw van de militante retoriek. Ze toont hoe arbeiders opgeroepen werden om hun ketenen te verbreken. En als de proleet de barricades beklimt, is dat gegarandeerd met ontbloot bovenlijf. Directe actie is het ordewoord: de boel in de fik steken, op de ruïnes van het oude Europa. De poëtische vertaling van verzet en muiterij gebeurde subtieler, vaak ook bijtender. Zo voert Bezette stad (1921), magnum opus van Paul van Ostaijen, godsdienst, vorst en staat als circusfiguren ten tonele. TegendraadsDe kleine, maar propvolle tentoonstelling trekt het thema open naar artistieke revolte van vandaag. Een sleutelwerk dat de sfeer van tegendraadsheid samenvat, is een beeldje van Walter Swennen van een man die een foert-gebaar maakt. Dennis Tyfus voert zichzelf op als miskende kunstenaar, naakt als een achtergelaten hond in een bos. Benjamin Verdonck werkt de strijd om het dagelijks brood dan weer uit in een blok hout, dat brood als onderwerp én als wapen voorstelt.
Links: Walter Swennen, rechts: Benjamin Verdonck Er is slechts één vlag te zien: een minuscule wimpel van Nikolaas Demoen, die zich bescheiden opwerpt als vaandeldrager van een nieuwe generatie. Bij Danny Devos en zijn Bastard Art Gruppe ging het er heftig aan toe: punk en stadsguerrilla vonden elkaar. Er is ook zelfspot, zoals bij Jacques Charlier die de draak steekt met de commercialisering van de kunst. Hij plant een vlaggetje onder het motto ‘Post minimal Brico’.
‘A sculpture thinking of a visitor’, Nikolaas Demoen Veel aandacht gaat naar de jaren 60 en 70, toen experiment vaak synoniem was voor radicale kunstpraktijken. Ze vonden een uitlaatklep in pamfletten, obscure tijdschriften en happenings. Gedrevenheid en speelse humor gaan hier hand in hand. De originele brief van Jef Geys, die voorstelde om het KMSKA op te blazen, ligt hier naast documenten van de Vrije Aksie Groep Antwerpen, die een ludieke barricade van ijsblokken optrok om het Conscienceplein autovrij te maken. Alle macht aan de verbeelding: Révolte past het toe op kunst van het strijdvaardige type. Soms fluit ze, in de termen van Richard Minne, een zacht lawijd. Maar één keer, aan de voorgevel, gaat het er fors en pamflettair aan toe. Peter Morren overschreef de banner van het museum met een welgemikte oneliner, die verwijst naar de onzekere toekomst: Zijt ge dood, Emile Verhaeren? | ||
|
More info on the Web | ||
|
Related group exhibitions: Révolte!? | ||


